HERMAPHRODISIE ENURANISME.

VOORDRACHT,
den 5en Juni 1908 te Amsterdam voor de
candidaten van de Juridische Faculteit
van het A. S. C. gehouden

—DOOR—
Dr. A. ALETRINO,
Priv.-doc. I/d Crim. anthrop. a/d Universiteit te Amsterdam.

F. VAN ROSSEN—AMSTERDAM
1908.


[pag. 3]Zeer gewenschte toehoorderessen en toehoorders,

Ik stel er prijs op, vóór ik aan mijn eigenlijkonderwerp begin, U te verzoeken, wel te willenbedenken, dat ik op het standpunt sta, dat niemand,en dus ook ik niet, het recht heeft zichmet de geslachtsdaden van anderen te bemoeienof die te veroordeelen, wanneer door deze nieteen van de twee personen, tusschen wie dedaad geschiedt, of een derde benadeeld wordt endat ik—en ik weet bij ondervinding, door en nahet congres voor crimineele anthropologie in 1901te Amsterdam gehouden, waar ik een rapport„Sur la situation sociale de l'uraniste” inzond,hoezeer men geneigd is iemand die over dat onderwerpschrijft of spreekt, verkeerde bedoelingentoe te dichten en verkeerde woorden in denmond te leggen—geen propaganda maak voornormale of, zooals men het heeft willen noemen,abnormale geslachtsuitingen, maar dat ik de kwestiealleen uit een humanitair en wetenschappelijkoogpunt bestudeer.

Drie redenen zijn er, waarom ik juist dit onderdeel[pag. 4]der natuurwetenschappen heb uitgekozenom hedenavond met U te bespreken, al kan diebespreking—om de groote uitgebreidheid vanhet onderwerp—niet dan zeer onvolledig zijn enik mij—om den beperkten tijd, waarover ik kanbeschikken—zal moeten bepalen tot het slechtsin groote lijnen aangeven der omtrekken en zooveleen belangrijke détails zal moeten laten rusten.

De eerste reden is, dat men er noch op collegesvoor juristen, noch op medische colleges, nochop de colleges voor gerechtelijke geneeskundeover spreekt. Is dit, omdat men het onderwerpvan te weinig gewicht acht? Of is het uit overmatigekuischheid? Want zoodra er over ditonderwerp wordt gesproken, steekt een, ik zouhaast zeggen pathologische, kuischheid haarhoofd op. Als bewijs daarvan diene, dat, toenik eenige jaren geleden een opstel over het uranismeaan een medisch tijdschrift hier te landehad gezonden, ik het terugontving met eenbegeleidend schrijven, waarin te lezen stond,„dat de Redactie voor dìt onderwerp geenplaats wilde afstaan”. Als een ander bewijsvan die kuischheid diene, dat men iemand die overhet onderwerp schrijft of spreekt, als iemandbetitelt, „die het goed recht van het bestaan van„gruwelen” bepleit”. Ik heb het moeten verduren,dat de minister-president Kuyper, eertijdszoowel in een zitting van de Eerste, als in eenvan de Tweede Kamer, coram populo mijn goeden[pag. 5]naam aantastte, om wat ik op bovengenoemdcongres had gezegd![1], en dat later een onbekendatoom, een zekere heer v. d. Biesen, die mijtot professor verhief, hem in een zitting vande Eerste Kamer die woorden nabazelde![2]

De tweede reden is, dat in den laatsten tijdhet vraagstuk meer op den voorgrond is geschoven.Ik behoef U slechts te wijzen op hetgeval, door de onbescheidenheid van sommige dagbladenmet naam en toenaam aan het licht gebracht,van een bee

...

BU KİTABI OKUMAK İÇİN ÜYE OLUN VEYA GİRİŞ YAPIN!


Sitemize Üyelik ÜCRETSİZDİR!